HebIkAlles

Noodplan opstellen voor je gezin

Een noodplan voor je gezin in vijf stappen: risico's in kaart, vluchtroutes, afspraken over contact, voorraad en oefenen. Met een noodplankaart om te printen.

Redactie HebIkAlles · redactioneel verantwoordelijk: Patrick Heijmans · gepubliceerd · nagekeken · 6 minuten lezen

Waar je op voorbereidt
De eerste 72 uur
Water
3 liter per persoon per dag
Vluchtwegen
Minimaal twee per verdieping
Ontmoetingsplekken
Twee: in de buurt en buiten de wijk
Plan bijwerken
Twee keer per jaar
Een gezin met twee kinderen zit samen op de bank te praten
Beeld: Unsplash

Een noodplan is niets meer dan een blad papier waarop staat wat jullie doen als er iets misgaat. Wie waarheen gaat, wie wie belt, en waar de spullen liggen.

Je maakt het in een uurtje. Het punt is niet dat er iets ergs gaat gebeuren. Het punt is dat je op zo’n moment niet meer helder nadenkt, en dat een afspraak die er al ligt dan het werk doet.

Hieronder staan vijf stappen. Onderaan staat waar je een kaart kunt printen om het in te vullen.

Stap 1: kijk naar je eigen situatie

Begin bij je woning en je omgeving. Niet elk risico geldt voor iedereen.

  • Woon je laag of dicht bij water? Kijk dan naar wateroverlast. Wat je dan doet, staat in wat te doen bij een overstroming.
  • Woon je in een flat? Dan zijn brand en uitval van de lift belangrijk. Bij een stroomstoring kan ook de waterdruk wegvallen, want die loopt vaak via een pomp.
  • Is er iemand in huis die van stroom afhankelijk is? Denk aan een zuurstofapparaat of gekoelde medicijnen. Zie stroomuitval en medische apparatuur.
  • Heb je huisdieren? Die hebben ook voer en water nodig. Zie noodpakket voor hond en kat.

Schrijf de twee of drie risico’s op die bij jou echt spelen. Meer hoeft niet.

Stap 2: leg de vluchtroutes vast

Dit gaat over het huis uit komen als dat snel moet.

Binnen. Zorg voor minimaal twee manieren om elke verdieping te verlaten. Test of ramen en deuren echt opengaan. Staat er iets voor het raam op zolder? Haal dat weg.

Buiten, dichtbij. Spreek één plek af waar jullie samenkomen als je het huis uit moet. Kies iets dat er ook in het donker staat: een lantaarnpaal, een boom, de ingang van de speeltuin.

Buiten de wijk. Spreek een tweede plek af voor als het hele gebied ontruimd wordt. Bijvoorbeeld bij familie in een ander dorp.

Loop beide routes één keer met de kinderen. Dat is genoeg.

Stap 3: regel hoe jullie contact houden

Bij een grote storing werkt de telefoon niet lang. Je wifi valt meteen weg, en de noodaccu’s van zendmasten zijn na een paar uur leeg.

Drie afspraken vangen dat op:

  1. Een contactpersoon ver weg. Kies iemand in een andere provincie. Bij een lokale storing is die vaak nog bereikbaar. Iedereen meldt zich daar, niet bij elkaar.
  2. Nummers op papier. Niemand kent nog een nummer uit zijn hoofd. Schrijf ze op een kaartje en geef iedereen er een, ook de kinderen.
  3. Vaste momenten. Probeer het bijvoorbeeld elk heel uur. Daartussen zet je je telefoon in vliegtuigmodus, zodat de accu langer meegaat.

Voor informatie over wat er aan de hand is, gebruik je NL-Alert op je telefoon en de rampenzender op een radio op batterijen. Zoek de frequentie van jouw regio op via noodfrequenties per regio en zet die op je kaartje. Instructies van hulpdiensten en de tekst van een NL-Alert gaan altijd voor.

Het volledige verhaal staat in noodcommunicatieplan maken.

Stap 4: leg de spullen klaar

Een plan zonder voorraad is een plan waar je niets aan hebt. De Rijksoverheid gaat via de campagne Denk vooruit uit van 72 uur zelfredzaam.

De basis:

  1. Water. 3 liter per persoon per dag, dus 9 liter per persoon voor 72 uur. Meer daarover in hoeveel liter water per persoon.
  2. Eten dat lang goed blijft en dat je zonder koken kunt eten. Zie noodvoorraad eten lang houdbaar.
  3. Licht. Zaklampen met reservebatterijen. Zie zaklampen en veilig noodlicht.
  4. Een radio op batterijen, zonne-energie of een zwengel.
  5. Warmte. Dekens en warme kleding. Zonder stroom stopt ook je cv-ketel.
  6. Contant geld. Pinnen werkt niet bij een storing.
  7. Een verbanddoos. Wat daarin hoort, staat in EHBO-koffer thuis samenstellen.
  8. Kopieën van je papieren. Zie belangrijke documenten voor een noodgeval.

Heb je jonge kinderen, dan komt daar luiers, voeding en een vertrouwde knuffel bij. Zie noodpakket voor baby en kleine kinderen.

Wil je precies weten hoeveel je van elk nodig hebt? Vul je huishouden in bij de noodpakketcalculator. Die rekent het uit voor het aantal mensen bij jou in huis.

Stap 5: oefen de handelingen die je nooit doet

Sommige dingen moet je één keer gedaan hebben.

  • Hoofdkranen. Weet elke volwassene waar de hoofdkraan van gas en water zit, en hoe je de stroom uitschakelt? Loop er samen langs.
  • De meterkast. Weet iedereen hoe je een aardlekschakelaar terugzet?
  • Rookmelders. Test ze. Dit is het moment.
  • De garagedeur. Weet je hoe je een elektrische deur met de hand opent?

Maak er met kinderen geen dreigend verhaal van. Kijk hoe snel iedereen bij de ontmoetingsplek kan zijn. Dat werkt beter dan uitleggen wat er allemaal mis kan gaan.

Waar je het plan bewaart

Op papier, op een vaste plek. De binnenkant van de meterkastdeur is een goede plek: die is voor iedereen bereikbaar en je vindt hem in het donker.

Leg een kopie bij je noodpakket en één in de auto. Geef elke volwassene een kleine versie voor in de portemonnee.

De Rijksoverheid heeft een gratis noodplankaart die je kunt printen en invullen. De link staat onderaan bij de bronnen.

Twee keer per jaar bijwerken

Koppel dit aan de wisseling van zomer- en wintertijd.

Loop dan langs: kloppen de nummers nog, is het eten nog houdbaar, doen de batterijen het nog, en weet iedereen de afspraken nog? Verandert je gezin of verhuis je, werk het plan dan meteen bij.

Beginnen zonder alles tegelijk te doen

Als dit veel voelt: begin met één ding. Schrijf de telefoonnummers op een kaartje en hang het in de meterkast. Dat is vijf minuten werk en het is het onderdeel dat je het vaakst nodig hebt.

De rest kun je in stappen doen. Hoe je in een half uur een basispakket bij elkaar krijgt, staat in een noodpakket in 30 minuten.

Veelgestelde vragen

Wat moet er minimaal in een gezinsnoodplan staan?

Vijf dingen. Minimaal twee vluchtwegen uit de woning. Een vaste ontmoetingsplek buiten het huis, en een tweede buiten de wijk. De contactgegevens van iemand die ver weg woont. Waar je de hoofdkraan van gas en water vindt en hoe je de stroom uitschakelt. En waar het noodpakket en de belangrijke papieren liggen. Print het plan uit en hang het op een vaste plek.

Hoeveel water heb ik nodig voor mijn gezin?

De Rijksoverheid houdt via de campagne Denk vooruit 3 liter per persoon per dag aan, voor drinken, hygiëne en koken. Voor 72 uur betekent dat 9 liter per persoon. Voor een gezin van vier kom je dus op 36 liter. Dat zijn ongeveer vier pakken van zes flessen van anderhalve liter. Vergeet je huisdier niet.

Hoe vaak moet ik het noodplan bijwerken?

Twee keer per jaar is genoeg. Koppel het aan de wisseling van zomer- en wintertijd, dan onthoud je het. Controleer dan meteen de houdbaarheid van het eten in je noodpakket, de batterijen in de radio en de zaklamp, en of de telefoonnummers nog kloppen. Werk het plan ook bij als de gezinssamenstelling verandert of als je verhuist.

Hoe betrek ik mijn kinderen erbij zonder ze bang te maken?

Maak het praktisch in plaats van dreigend. Loop de route naar de ontmoetingsplek een keer samen. Laat een kind een eigen taak doen, bijvoorbeeld de zaklampen controleren. Leg uit waaróm je het doet: zodat we elkaar snel terugvinden als er iets is. Kinderen die weten wat ze moeten doen, raken minder snel in paniek dan kinderen die het niet weten.

Waar bewaar ik het noodplan?

Op papier, op een vaste plek die iedereen kent. De binnenkant van de meterkastdeur werkt goed. Leg een kopie bij je noodpakket en één in de auto. Geef elke volwassene een kleine versie voor in de portemonnee. Een bestand in de cloud is handig om bij te werken, maar onbruikbaar bij een stroomstoring of een lege accu.