Noodcommunicatieplan maken: hoe hou je contact als alles uitvalt?
Een noodcommunicatieplan is een A4 met afspraken: wie je belt, waar je elkaar treft en hoe je informatie krijgt als telefoon en internet niet werken.
Redactie HebIkAlles · redactioneel verantwoordelijk: Patrick Heijmans · gepubliceerd · nagekeken · 5 minuten lezen
- Omvang van het plan
- Eén A4, op papier
- Ontmoetingsplekken
- Twee: in de buurt en buiten de wijk
- Informatie van de overheid
- NL-Alert, de regionale rampenzender en crisis.nl
- Bijwerken
- Twee keer per jaar, bij de wisseling van zomer- en wintertijd
Een noodcommunicatieplan klinkt zwaarder dan het is. Het is één A4 met afspraken: wie je belt, waar je elkaar treft en hoe je aan informatie komt als telefoon en internet het niet doen.
Je maakt het in een half uur. Daarna hang je het in de meterkast en hoop je dat je het nooit nodig hebt.
Waarom je dit op papier zet
Bij een langdurige stroomstoring valt eerst je wifi weg. Daarna raken de noodaccu’s van de zendmasten leeg en werkt mobiel bellen ook niet meer.
Op dat moment gebeuren er twee dingen tegelijk. Je kunt niemand bereiken, en je weet niet wat er aan de hand is. Dat tweede zorgt voor de meeste onrust.
Een plan lost de storing niet op. Het zorgt er wel voor dat iedereen weet wat hij moet doen, zonder te overleggen.
Stap 1: zet de nummers op papier
Vrijwel niemand kent nog een telefoonnummer uit zijn hoofd. Is je telefoon leeg of kwijt, dan ben je alles kwijt.
Schrijf op één kaartje:
- De mobiele nummers van alle gezinsleden
- Het nummer van de contactpersoon ver weg (zie stap 3)
- De huisarts en de apotheek
- De school of de kinderopvang
- Een of twee buren
- Het Nationaal Storingsnummer: 0800 9009
Maak er een paar kopieën van. Eén in de meterkast, één in elke tas of rugzak, één in de auto. Geef ook je kinderen er een.
Bewaar dit kaartje bij je andere papieren. Wat daar verder in hoort, staat in belangrijke documenten voor een noodgeval.
Stap 2: spreek twee ontmoetingsplekken af
Als jullie elkaar niet kunnen bellen, moet je elkaar kunnen vinden.
Plek 1: dicht bij huis. Voor als je het huis uit moet, bijvoorbeeld bij brand. Kies iets dat iedereen kent en dat er ook in het donker staat: een lantaarnpaal, een bepaalde boom, de ingang van de speeltuin.
Plek 2: buiten de wijk. Voor als het hele gebied ontruimd wordt. Bijvoorbeeld bij familie in een ander dorp, of een parkeerplaats bij een bekend gebouw.
Loop beide routes een keer met de kinderen. Dat is genoeg om het te laten beklijven.
Stap 3: kies een contactpersoon ver weg
Dit is de slimste afspraak in het hele plan.
Kies iemand in een andere provincie: een oom, een vriendin, een oma. Bij een lokale storing is die persoon vaak gewoon bereikbaar, terwijl het netwerk bij jou plat ligt.
De afspraak is: iedereen meldt zich daar, niet bij elkaar. Die persoon houdt bij wie zich heeft gemeld en waar iedereen is. Zo hoeft niemand tien mensen af te bellen met een halflege accu.
Zorg dat dit nummer op elk kaartje staat, en dat de contactpersoon weet dat hij die rol heeft.
Stap 4: maak afspraken over wanneer je het probeert
Blijf niet de hele tijd bellen. Dat belast het netwerk en leegt je accu.
Spreek een vast ritme af, bijvoorbeeld elk heel uur op het hele uur. Buiten die momenten zet je je telefoon in vliegtuigmodus.
Twee praktische punten:
- Sms komt vaker aan dan een telefoongesprek. Een sms is klein en wordt opnieuw geprobeerd als het netwerk druk is.
- Houd berichten kort. “Alles goed, ben bij Anne” is genoeg.
Stap 5: regel hoe je informatie krijgt
Contact met je gezin is één ding. Weten wat er aan de hand is, is iets anders. Daar zijn drie officiële kanalen voor.
NL-Alert. De overheid stuurt bij een ramp een bericht naar alle telefoons in het gebied. Dat gaat via de zendmasten en werkt ook als het netwerk druk is. In het bericht staat wat je moet doen. Die instructie gaat altijd voor op wat je hier leest.
De rampenzender. Bij een grote ramp zendt de regionale publieke omroep uit als calamiteitenzender. Daarvoor heb je een radio nodig die zonder stopcontact werkt. Zoek de frequentie van jouw regio op via noodfrequenties per regio en schrijf hem op je kaartje.
crisis.nl. Daar zet de overheid actuele informatie neer, zolang je nog internet hebt.
Meer over wat er wel en niet werkt zonder netwerk staat in communicatie zonder internet.
Portofoons: nuttig, maar beperkt
Portofoons van het type PMR446 mag je in Nederland zonder vergunning gebruiken. Ze praten rechtstreeks met elkaar en hebben geen zendmast nodig.
Dat klinkt beter dan het is. Het bereik is in de stad vaak een paar honderd meter tot een kilometer. Je deelt de frequentie bovendien met iedereen: de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur zegt er nadrukkelijk bij dat storingsvrije communicatie niet is gegarandeerd.
Voor contact met de buren of tussen twee huizen in de straat: prima. Als enige lijn waar je van afhangt: nee.
Satelliettelefoons en amateurradio komen in adviezen vaak voorbij. Voor een gewoon huishouden zijn die niet nodig. Ze kosten veel, vragen onderhoud en oefening, en voor amateurradio heb je bovendien een registratie nodig.
Stap 6: schrijf het op en hang het op
Zet alles op één A4:
- De telefoonnummers
- De twee ontmoetingsplekken
- De contactpersoon ver weg
- De tijden waarop je contact probeert
- De frequentie van je rampenzender
De Rijksoverheid heeft hiervoor een gratis noodplankaart die je kunt printen en invullen. Die staat bij de documenten op denkvooruit.nl, en de link staat onderaan dit artikel bij de bronnen.
Hang het plan in de meterkast en leg een kopie bij je noodpakket. Digitale kopieën zijn handig, maar je leest ze niet met een lege accu.
Stap 7: werk het twee keer per jaar bij
Koppel dit aan de wisseling van zomer- en wintertijd. Dan onthoud je het.
Loop dan langs:
- Kloppen de telefoonnummers nog?
- Is er iemand bij gekomen of weggegaan?
- Doen de radio en de zaklamp het nog, en zijn de batterijen nog goed?
- Weet iedereen de ontmoetingsplekken nog?
En dan de rest van je voorbereiding
Een communicatieplan is één onderdeel. Het hoort bij het bredere gezinsnoodplan, met vluchtroutes en voorraad. Dat staat in noodplan opstellen voor je gezin.
Wat je verder in huis moet hebben, reken je uit met de noodpakketcalculator.
Veelgestelde vragen
Wat moet er in een noodcommunicatieplan staan?
Vier dingen. Een lijst met telefoonnummers op papier, van gezin, familie, huisarts en school. Twee ontmoetingsplekken: één in de buurt en één buiten de wijk. Een contactpersoon die ver weg woont, als centraal aanspreekpunt. En vaste momenten waarop je opnieuw probeert contact te leggen, bijvoorbeeld elk heel uur. Print het plan uit en hang het op een vaste plek, bijvoorbeeld in de meterkast.
Waarom een contactpersoon die ver weg woont?
Bij een lokale storing of ramp is het netwerk in dat gebied druk of uitgevallen. Iemand in een andere provincie is dan vaak nog gewoon bereikbaar. Spreek af dat iedereen daarheen belt of sms't om te melden dat het goed gaat. Die persoon houdt bij wie zich heeft gemeld en geeft dat door. Zo hoeven gezinsleden niet elkaar te bereiken, wat veel moeilijker is.
Hoe communiceer je als het mobiele netwerk uitvalt?
Voor informatie: via de radio. De regionale publieke omroep zendt bij een ramp uit als calamiteitenzender. Daarvoor heb je een radio op batterijen nodig. Voor contact over korte afstand kun je portofoons gebruiken van het type PMR446. Die mogen zonder vergunning, maar het bereik is in de stad vaak niet meer dan een paar honderd meter tot een kilometer, en storingsvrij werken is niet gegarandeerd.
Hoe vaak moet ik mijn noodcommunicatieplan bijwerken?
Twee keer per jaar is genoeg. Koppel het aan de wisseling van zomer- en wintertijd, dan onthoud je het. Kijk of de telefoonnummers nog kloppen, of de gezinssamenstelling is veranderd en of de batterijen in de radio en de zaklamp nog goed zijn. Bespreek het plan ook één keer met iedereen, zodat het geen papier blijft dat niemand kent.
Moet ik een satelliettelefoon of amateurradio aanschaffen?
Voor een gewoon huishouden in Nederland is dat niet nodig. Die apparatuur kost veel en vraagt onderhoud en oefening, en voor amateurradio heb je een registratie nodig. Voor de situaties waar de meeste mensen mee te maken krijgen, zoals een langdurige stroomstoring, kom je veel verder met een radio op batterijen, een opgeladen powerbank, nummers op papier en duidelijke afspraken.